
Haaaiii ! iik ben Sharona x3 SUPÉWRR fan van Tokio Hotel ___x. !! Bill [ 'L ] vind iik u'tt leukste.. Omdaaa ; Bill iis gewOonn Sexyy .. / Geil .. / mooi .. / súpewr liieeff! .. / gewnn .. mijn sgeetJ iis ! Diit zijn mijn Stand Alone's . Stand alone's zijn verhaaltjes. die ik ZÉLF schrijf. Ik heb níks gekopieërd , en/of gejat. Nou hoop IK dat JIJ dat ook NIÉT gaat doen!! want ik kan ze terugvinden && Ik zegg niiét hoe. ;) xxx SharOnáa
Ik- Persoon is Sharona. Het is een regenachtige dag. Ik loop huilend een winkelstraat in. Grote regendruppels vallen naar beneden. Ik kijk op mijn horloge. Ik schrik, en begin te rennen. Als ik bij een groot flatgebouw aankom, ren ik de trap op naar de 24e etage. Het dakterras. Ik ren naar de jongen die op de rand van het dak staat. ik fluister in zijn oor: ''Bill! Sprig Nicht''. Bill kijkt me even een paar tellen aan. Even later hoor ik wat geruis vanaf de trap. Ik ren ernaartoe en zeg: ''Gustav!Help me!Bill staat op het p.."... Ik stop met mijn zin en kijk om. Tot mijn verbazing staat er niemand meer op de rand."Neee..NEE! Dit kan gewoon niet waar zijn..""Wat!:O" Zegt Gustav. We rennen naar de rand, en kijken naar beneden. tot mijn schrik staat er een grote massa mensen in een kring naar iets te staren."Nee..Nee! Laat dit een droom zijn! Dit kan niet waar zijn!" Ik barst in tranen uit en leg een hoofd op Gustav's schouder."Kom, dan gaan we kijken"Zegt Gustav met een trillige stem. Beneden aangekomen duw ik me door de mensen heen. "Nee..BILL!" Zg ik en ik barst in huilen uit. Daar Ligt Bill.. Roerloos op de grond. Ik kniel naast hem neer en zeg:"Bill! Hoe had dit zover kunnen komen?:'(" Ik pak zijn hand er druk er een kus op. Ondertussen was de ziekenwagen al gearriveerd. Gustav neemt me mee naar huis. Thuis aangekomen laat ik me op een stoel zakken. "Zeg me dat dit niet gebeurt is.." Zeg ik hopeloos."KNIJP ME!" Gustav knijpt Sharona. Ik schrik wakker. "Gelukkig. Het was maar een droom...."
Tom is de ik-persoon ‘’Gothic’’ Werd er naar mijn broertje geroepen. Ik vond het zo zielig voor hem, ze riepen hem altijd na. Waarom? Alleen omdat hij zichzelf was. De rest waren alleen maar meelopertjes. Iedereen wilde net zo zijn als de populaire mensen. Maar wat bereiken ze er mee? Een arrogant imago, dat bereiken ze er mee. Er werden propjes naar ons gegooid. Ze riepen hem na. Ze scholden hem uit. Dat alles terwijl ze hem niet eens kennen. Elke dag werd het geklier erger. Ik werd er gek van, en het was niet eens voor mij bedoeld. Moet je nagaan wat er bij Bill door zijn hoofd spookt. Back to reality. We liepen dus nog steeds over de gang. Op weg naar het lokaal waar we het vijfde les uur moesten zijn. Ik zag de tranen in Bill’s ogen staan. Ik sloeg een arm om hem heen, en vertelde hem dat alles goed zou komen. Dat ze hem zouden bewonderen als we eenmaal door zouden breken met Devilish. Maar dan moesten we eerst nog ontdekt worden. ‘’Hé gothic, ga een leven zoeken’’ Riep een jongen. Toen zag ik dat Bill er genoeg van had. ‘’Ik heb er al een gevonden, ga jij er een zoeken’’ Riep hij kwaad. Zijn stem sloeg over en de tranen rolden over zijn wangen. ‘’Niet voor jou, vieze gothic’’ Zei de jongen weer. ‘’Donder op man, hou je bek tegen mij je kent me niet eens!’’ Schreeuwde Bill. Hij liep naar de jongen toe met zijn vuisten gebald. Dit ging zo fout, ik zag de bui al hangen. Bill hief zijn arm op en sloeg de jongen vol op zijn neus. ‘’En nu is het genoeg’’ Gilde Bill. ‘’Bill kappen’’ Zei ik en hield hem stevig vast. ‘’Nee Tom, ze moeten me nemen zoals ik ben, anders hebben ze een groot probleem’’ Gilde Bill hysterisch. De jongen kwam omhoog, pakte Bill vast aan zijn arm en trok aan Bill’s haren. Bill gilde het uit. Inmiddels stond er een hele massa mensen in een kring om ons heen. Bill wurmde zich uit de greep van de jongen en haalde nog een keer uit. De jongen vloog minstens een meter achteruit en viel met zijn hoofd op de verwarming. Bill begon te huilen en zijn hele lijf trilde. Ik probeerde Bill wat te kalmeren. Ondertussen waren er al een paar leraren naar de jongen toe gegaan. Er kwam bloed uit alles waar het maar uit kan komen. Er kwam een ambulance en de jongen werd naar het ziekenhuis gebracht. Daarna, haalde niemand het nog in zijn hoofd om Bill lastig te vallen. Zeker niet nadat we waren doorgebroken met onze band, die nu Tokio Hotel heet.
Ik werd moeizaam wakker. Mijn ledematen voelde zwaar aan, en ik had moeite met ademen. En ik wist totaal niet waar ik was. Tegenover me stond een spiegel, en naast me lag nog iemand. Het was erg donker in de ruimte dus ik kon niet zien wie het was. Ik probeerde op te staan maar dat viel zwaar tegen. Ik leunde tegen de muur en zocht een lichtknopje. Zonder dat ik ook maar iets van een knopje had aangeraakt ging het licht aan. ‘’T…Tom Kaulitz?’’ Stamelde ik. Ik zat hier samen met dé Tom Kaulitz. Dit zou de beste dag van mijn leven moeten zijn, maar ja, we zaten opgesloten. ‘’Ja, wie ben jij?’’ Vroeg hij en geeuwde. ‘’Yascha, wat doe je hier?’’ Vroeg ik. ‘’Ik werd hier wakker, net als jij’’ Mompelde hij en ging terug liggen. Ik wilde naar hem toe lopen, maar merkte doen pas dat mijn been vast zat aan een ketting. Ik probeerde alle manieren om de ketting los te maken, en ondertussen bedacht ik een plan om te ontsnappen. De deur vloog met een klap open, er stonden twee mensen in de deuropening. Een van hun, duwde de andere naar beneden en ging weer weg. ‘’Gustav!’’ Riep Tom en er zat een vleugje vreugde in zijn stem. Maar Gustav zei verder niks. Hij kon gewoon staan en gaan waar hij wilde, zijn voeten zaten niet vast aan een ketting. Gustav keek een beetje lijp en liep toen naar Tom toe. Hij gooide zijn armen in de lucht. Tom ook, hij dacht dat Gustav hem wilde omhelzen. Maar Gustav was wat anders van plan. Er stak een scherp puntje uit de hand die hij tot een vuist had gemaakt. Tom had nog niet gezien dat Gustav hem wilde neersteken. Zou Gustav een van de ontvoerders zijn? Of zou hij ook een gevangenen zijn, die net als in SAW, ook zijn mede gevangenen moet vermoorden om er uit te komen? Ik huiverde. ‘’Tom kijk uit’’ Gilde ik. Gustav stak het mes in Tom’s buik. Tom viel met een klap op de grond. Nog even, en ik werd ook neergestoken. ‘’Nee, nee Gustav, alsjeblieft, niet doen!’’ Gilde ik wanhopig. ‘’Ik moet’’ Zei hij nors. Snel deed ik een gebedje, maar het was al te laat. Gustav kwam steeds dichterbij. Het mes kwam steeds dichterbij. Alles leek in slowmotion te gaan. ‘’NEE!’’ Riep ik. Toen werd alles zwart voor mijn ogen. Ik viel in een diepe slaap, en zou ook nooit meer ontwaken.
Ik- persoon is Gustav.---- Met een klap slaat de deur dicht. Het is stil in huis. Zo stil is het nooit. Ik loop de trap af, naar beneden. tot mijn schrik, ligt daar Andreas.(De beste vriend van Tom&Bill) Ik ren nar hem toe. "Andreas! Wat .. Wat doe jij nou hier? WORD WAKKER! " Ik geef een paar fikse klappen om zn gezicht. hij word maar niet wakker! Een paar tellen weet ik niet wat ik moet doen. Dan gaat de telefoon. Het is mijn moeder. "Gustav kindje! Is alles goed met je? Want ik zit hier bij tante Agatha[LOL:P] en ik zie allemaal ziekenauto's voor de deur staan.!" Op dat moment gaat de bel. "Momentje mama!""Oke!" Zegt ze met een klein stemmetje. Ik doe de der open, en 2 mannen in witte pakken lopen langs mij, naar Andreas."Hallo jongen, ken jij deze jongen? Wat is er met hem gebeurd? Wat is zijn naam? wanneer is hij geboren?'' Vraagt er een."Niet zoveel vragen tegelijk!Jaik ken hem, weetikniet. Hij heet Andreas. Euhh..Geen idee!" Zeg ik. Mijn moeder komt hysterish aanrennen. "OOH lieverdje! Is er wat met je aan de hand?" "Nee mam" Dan ziet ze Andreas liggen. Ze geeft een gil. "Jezus mam.. Waar maak jij je zorgen om?" Denk ik. Dan word Andreas de ambulance ingeladen. Voor onze ogen, zien we de ziekenauto, met daar in Andreas, -waar iets raars mee aan de hand is- verdwijnen......
Je moet eens op je woorden letten!’’ Schreeuwde mijn moeder tegen mijn vader. ‘’Dan moeten jullie me niet zo kwaad maken! Dan doe ik vanzelf normaal’’ Schreeuwde hij terug. ‘’Ga dan weg als het je niet aan staat!’’ Riep mijn moeder huilend en gooide de deur dicht. Het was weer zo ver. Mijn ouders hadden bijna altijd ruzie. En meestal waren Tom en ik daar de oorzaak van. Althans, dat dachten we, zo voelde het. Ik lag op bed en de tranen stroomde over mijn wangen. ‘’Stoere jongens huilen niet’’ Zei ik gisteren tegen Tom, toen pap hem aan het huilen maakte. En nu, nu lig ik zelf te huilen. Alweer werden er met deuren geslagen, en er volgde een oorverdovende gil. Uit woede pakte ik mijn kussen en smeet die uit het raam. Het fotolijstje, met een foto van het gezin er in, viel naar beneden. Ik hoorde het glas kapot slaan op de tegels. Het deed me niets, wat met de foto was gebeurt, was ook met ons gezin gebeurt. Ik pakte papier en pen en schreef een gedicht. ‘Ik wil dit helemaal niet. Het heeft helemaal geen inhoud. Waarom gaan jullie nu uit elkaar. Jullie namen veranderen. Ons eind is nu hier. En jullie zeggen het niet tegen me. Ik haat jullie daarom. Ik wil dat helemaal niet. Er tegen - ben er tegen.’ Het luchtte op. Toen merkte ik dat het stil was. Het was bijna eng, het was nooit stil hier in huis. Er was altijd wel een discussie of ruzie. Was het niet tussen mijn ouders, was het wel tussen mij en mijn broertje. Ik stond op en voorzichtig deed ik mijn slaapkamer deur open. Nog steeds stilte. Toen hoorde ik een luid gesnik uit de kamer van mijn ouders komen. Ik klopte op de deur. ‘’Ga weg’’ Klonk het gesmoord. ‘’Mam?’’ Vroeg ik zacht. Ik deed de deur open. Mijn moeder zat op bed. Haar ogen waren rood, haar make-up was uitgelopen en haar neus bloedde. ‘’Mam wat is er?’’ Vroeg ik geschrokken. ‘’Je vader…’’ Zei ze en stuurde me weg. Ik rende de trap af. ‘’pap?’’ Vroeg ik. Geen antwoord. Doodse stilte. Toen zag ik een briefje liggen, op tafel. ‘Jullie zijn van me af. Tot [n]ooit!’
Woest rukte ik het kettinkje van mijn nek. ‘Für immer’ Stond er in gegraveerd. ‘’Niks für immer’’ Siste ik. Ik gooide het kettinkje in zijn gezicht. ‘’Ik haat je’’ Gilde ik. Ik wilde alles wat binnen handbereik was, verwoesten. Hij had me bedrogen, alweer. Voor de tweede keer was ik er met open ogen ingetrapt. In zijn mooie woorden, die hij een voor een lief in mijn oren fluisterde. Ik luister er niet meer naar! Hij meende toch niet wat hij zei. Ik stampvoette zijn huis uit. Ik wilde weg, ver weg van hem vandaan. Maar waarheen? Dat maakte nu even niks uit. Ik begon te rennen. ‘’Wacht’’ Riep hij. Ik stond even stil, maar vervolgde snel mijn ontsnapping. Een ontsnapping aan de realiteit. Veel nut had het niet. Mijn gevoelens voor hem waren nog steeds sterk. Hij kwam me achterna. Weer zei hij de magische woorden. Ik probeerde er niet naar te luisteren. Tevergeefs. Ergens kreeg ik medelijden met hem. Ik draaide me om en zag hem weglopen. Ik liep hem achterna. Ik bedacht me of dit nou wel zo’n goed idee was. Ik stond even stil en staarde naar de lucht. Er viel een druppel op mijn neus. En nog een, en nog een. Het werden er steeds meer. En ze werden steeds groter. Ik liep weer verder. Ik versnelde mijn looppas. Toen realiseerde ik me pas dat hij weg was. Zomaar opeens, spoorloos verdwenen. Ik raakte in paniek. Gedachtes spookten door mijn hoofd. Waar zou hij zijn? Zou hij me terug willen? Wil ik hem nog wel terug? Zou hij opnieuw willen beginnen? Ik zette de gedachten van me af en concentreerde me nog maar op een ding. Ik moest hem zoeken, en mijn excuses aanbieden, vragen wat te doen nu. Hysterisch rende ik door de straten. Ik gilde zijn naam. Geen antwoord. Opeens stopte ik. Daar stond hij dan. Zoenend met een, voor mij, onbekend meisje. ‘’Is er ook nog een derde?’’ Fluisterde ik. Ik voelde me compleet machteloos. Hij was het belangrijkste wat ik had. En nu, werd me dat afgepakt. Ik draaide me om en begon te rennen. Tranen stroomde als een woeste rivier over mijn wangen. Maar wat ik niet zag was dat bestelbusje. Toen werd alles zwart voor mijn ogen
Ik wreef met mijn hand over de steen. Hij was donkergrijs en glom in het zonlicht. De tranen prikten in mijn ogen. Met mijn vinger volg ik de gleuven die in de steen staan gegraveerd. De gleuven vormden een naam. Ik sloot mijn ogen en de tranen gleden over mijn wangen. Ik veegde ze weg met de mouw van mijn jas. Ik dacht aan de geweldige tijd die we hadden voor dat ik… NEE! Ik wil er niet aan denken. Ik wil er niet over praten. Ik heb het veroorzaakt, dus ik moet de gevolgen er van inzien. Alleen wist ik niet dat de gevolgen niet te overzien zijn. Aargh ik kan er niet meer tegen. Ik stond op en boog voorover. Mijn lippen raakten de ijskoude steen. Even leek het alsof ze zaten vastgevroren. Ondertussen was het hard gaan waaien en het regende. Ik wilde weglopen maar iemand hield me tegen. Ik voelde twee armen rond mij middel die me voorzichtig vasthielden. Ik draaide mijn hoofd om en keek recht in Tom’s ogen. Even dacht ik dat het Bill was. Dat hij terug was gekomen om me te vergeven. Om me te troosten. Ik huiverde. Samen met Tom ging ik weer zitten. Ik legde mijn hoofd op zijn schouder. Ik voelde druppels in mijn haar, maar het regende niet meer. Tom huilde om zijn broertje. Het was zo zielig om te zien. Ik probeerde hem te troosten, maar moest toen zelf ook huilen. Samen zaten we daar de hele middag. Zonder ook maar een woord tegen elkaar te zeggen. Ik hoorde een bekend geluidje. Het werd steeds harder. Het geluid kwam van mijn wekker. Ik schrok wakker. ‘’Het was een droom’’ Zei ik. Ik haalde opgelucht adem. Ik kleedde me aan en rende vrolijk de trap af. Mijn moeder stond roerloos met de telefoon in haar hand in de keuken. ‘’Wat is er?’’ Vroeg ik geschrokken. ‘’Bill’’ Stamelde ze. Ik schudde mijn moeder door elkaar. ‘’Wat is er met Bill!’’ Gilde ik. ‘’Hij… hij is dood’’ Fluisterde ze.
Dit is Spring Nicht 2 ! Ik had deze op school geschreven, en ik had al 1 SN , en ik vond deze ook mooi , dus heb ik deze er ook maar opgezet.Zwijgend liep ik door de winkelstraat. Het was er koud en verlaten. Overal waren de etalagelichten uit, en de rolluiken omlaag. Grote regendruppels vielen op mijn gezicht. Ik rilde, en stak mijn handen in mijn jaszak. Mijn passen werden steeds groter. Ik moest snel thuis zijn, voor hij weg was. Eenmaal thuis rende ik naar de lift en drukte op 93. Het dakterras. Ik zag hem op het puntje van het dak staan. Op het puntje om te springen. Ik rende in paniek naar hem toe en trok aan zijn arm. Hij bleef roerloos staan. ‘’Spring nicht’’ Fluisterde ik. Hij antwoordde niet terug. Vaak was dat een slecht teken. Ik kon hem niet missen, ik kon niet leven zonder hem. Daarvoor hield ik teveel van hem, ook al waren we niet meer dan vrienden. ‘’Bitte spring nicht’’ Fluisterde ik weer. ‘’Ich muss…’’ Antwoordde hij terug. Ik voelde de tranen in mijn ogen staan. Nog even en ze zouden vallen. Nog even en hij zou vallen. Ik probeerde de tranen tegen te houden. Met mijn handen. Als een soort sluis in de rivier. Hij veegde mijn tranen weg. Ik wilde niet dat hij ging, en dat ook nog zonder mij de reden te vertellen. We waren beste vrienden, hij kon mij alles vertellen. ‘’Dit niet’’ Hoorde ik hem nog zeggen gisteravond Ik wilde weten wat er aan de hand was, dan kon ik hem helpen. Of misschien niet. ‘’Bleib hier’’ Zei ik en rende terug naar de lift. Zijn broer was de enige die hem tegen kon houden. Een paar minuten later stapte ik met Tom uit de lift en we renden naar de rand. Er was niemand. Hij was weg. Misschien wel gesprongen. Misschien had hij zich wel bedacht. We hoorden een hoop getoeter van auto’s van beneden komen. We renden alle bij zo snel mogelijk naar de rand. Er stond een hele massa mensen in een cirkel. Nee, dit kon niet waar zijn. Ik kneep mezelf, maar dat had geen nut. Het was echt, hartstikke echt. De tranen stroomde opnieuw over mijn wangen. Maar nu… Nu was er niemand die ze weg kon vegen, op een lieve, zachte manier. Tom sloeg en arm om me heen om me wat te kalmeren. Maar dat hielp niets. We gingen samen weer naar beneden. Om een laatste blik op Bill te werpen. Om hem voor het laatst vast te houden, te omarmen, en plat te knuffelen. Al zou hij er nu weinig van merken. Hij was weg, voorgoed weg, verdwenen uit het leven. Hoe dichter bij we kwamen, hoe harder ik moest huilen. We wurmden ons door de mensen massa om zo bij Bill te komen. Daar lag hij, levenloos op de grond. Bijna letterlijk door tweeën gespleten door de klap. Overal lag bloed. Tom rende naar hem toe, hij schudde Bill door elkaar. Maar het had geen zin. Hij wilde niet wakker worden, hoe vaak we ook zijn naam riepen. Hoe hard we ook schudde. Het was voorbij, over en uit. Ik knielde naast hem neer en streek met mijn hand door zijn haar. Dit zal waarschijnlijk de laatste keer zijn. Ik pakte zijn hand en hield die stevig vast en drukte er een kus op. Inmiddels was ook de ambulance gearriveerd. Ze legde hem op de brancard en reden die in het busje. Dit was de laatste keer dat ik hem zag. Ik voelde me volkomen machteloos. Ik zakte in elkaar op de stoep en bleef daar roerloos liggen. Wat ze ook deden om me te troosten, het hielp niet. Hij was weg, voorgoed, en zal nooit mee terug komen
Ninais de ik- persoon,,Let op je woorden!"Werd er naar me geroepen. Het was weer zover. Ik had mijn toets Duits verknald. Ik werd boos op m'n eigen fouten, en begon uit frustratie mijn meester uit te schelden. ,,Ik was weer te eigenwijs om niét te leren. Ik ook altijd met m'n grote mond."Denk ik. ,,Eruit!'' De tranen rolde over mijn wangen. Iedereen keek me aan. ,,Lopen,kreng." Siste Draco, toen ik langs hem liep. Ik werd zo boos, dat ik zijn rugzak pakte, en uit het raam smeet. Mijn meester was woedend. Hij greep mijn arm, en smeet me de gang op. De deur ging met een klap dicht. ,,Daarom haat ik hem zo.."dacht ik, terwijl ik rood zag van woede. Ik keek de lange gang in. Het is er stil. Verderop, bij het lokaal van Wiskunde, word ook een jongen de gang op gezet. Hij loopt naar me toe. ,,We worden gewoon vergeten" Zegt hij dan. Als ik goed kijk, zie ik dat dat niet een gewone jongen is. Het is de nieuweling, waar iedereen over praat. Hij ziet er uit als een soort gothic. Hij is zwaar opgemaakt, en er steken 2 ringetjes door z'n wenkbrauw. En nog 1 door zijn lip. Hij heeft zwarte kleren aan, en zijn broek hangt onder zijn billen. Tot mijn verbazing, zie ik een plaatje van Avril Lavigne boven zijn bilspleet getattooëerd. ,,Dat bedoelen ze dus met dat ''belachelijke Lavigne- tattoo , op zn kont" '' Hij steekt z'n hand naar me uit. ,, Ron. " ,, Nina.. " Zeg ik een beetje verlegen. Ron trekt me mee naar buiten. ,, Wat doe jij nou ? " [Etenn (A) ]
Door Sharona i.s.m gustav-th.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 1 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?